Techniek: Etsen

Etsen is het bewerken van platen zink of koper zodanig dat je inkt in groeven kan duwen en er een afdruk van kunt maken op papier. Het is een diepdruktechniek. Op 30 november 2003 gaf ik een workshop aan twee personen die de techniek niet beheersten. We maakten foto's van de verschillende stadia. De fotoserie met onderschriften geven in het kort weer wat de werkwijze is, als je een lijnets wilt maken.

 
Het vijlen van de randen van de zinkplaat. Dit moet zowel aan de voorkant als aan de achterkant van de plaat gebeuren. Het is belangrijk voor het behoud van het vilt op de pers dat je dit niet vergeet.
Een schraapstaal maakt de randen glad. Een schraapstaal is een driekantig stalen voorwerp. De kanten zijn zo scherp dat je daarmee groeven kunt gladmaken die door het vijlen ontstaan. Die groeven kunnen bij het afdrukken lelijke randen op de prent veroorzaken. Je zet dus niet de platte kant van de schraapstaal op het zink maar juist de hoek. Trek hem over de plaatrand en je bent van dat euvel gevrijwaard.
Met staalwol en brasso poets je de plaat. De brasso verdwijnt door het poetsen. Pak af en toe nieuwe staalwol en brasso. Ga daarna verder met jute en brasso.
De eindpolijsting is snel gedaan met een polijstmachine. Die zijn in de handel om autobezitters een plezier te doen maar leveren etsers veel tijdwinst op.
De plaat is met stukjes dubbelgevouwen tape op de ondergrond geplakt. Anders zou hij wegschieten door de ronddraaiende beweging van de polijstmachine.
De achterkant van de plaat beplak je helemaal met tape. Je ziet in dit geval de bruine tape die ruim is afgeknipt onder het zink uitkomen. Verdun de etsgrond met een heel klein beetje terpentine. Laat dat over het hele oppervlak vloeien door je hand onder de plaat te bewegen. Let er op dat de randen ook goed bedekt zijn. Laat de etsgrond goed drogen.
Je trekt de tekening van je ontwerp over op overtrekpapier. De betekende kant van het vel smeer je in met rode aarde. Dit dient voor het overzetten van de tekening op de plaat. Daarbij moet je rekening houden met het feit dat je het ontwerp in spiegelbeeld op de plaat moet zetten om een correcte weergave van je ontwerp op de prent te krijgen.
Je draait het vel om, legt hem op de plaat, die met etsgrond is ingesmeerd (na het drogen), en trekt de ontwerptekening, die je nog kunt zien door het papier heen, over met potlood. Druk niet te hard want dan verwijder je onbedoeld de etsgrond die op de plaat zit. Dit levert in prent krijtachtige lijnen op. Als je dat niet wilt, is het dus oppassen geblazen. Je kunt het papier even terugslaan om te kijken of je niet te ver gaat.
De lijnen staan nu in rode aarde op de etsgrond. Met een etsnaald teken je vervolgens in de etsgrond. Je hoeft niet de lijnen over te trekken, je kunt de rode aarde ook gebruiken als steun voor een wat spontanere manier van tekenen.
Waar de etsnaald de grond heeft weggehaald, zie je het zink. De plaat gaat na het tekenen in een zuurbad. Waar de etsgrond is weggekrabd, bijt het zuur groeven in de plaat. Waar de etsgrond niet weg is, kan het zuur niet bijten. (Tenzij de etsgrond niet goed droog was. Dan krijg je vieze plekken) In het zuurbad ontstaan hier en daar belletjes bij de lijnen. Veeg die geregeld weg met een veer.
Met terpentine en doek poets je de etsgrond van de plaat. Haal het plakband van de achterkant af. Maak de achterkant ook schoon. Met spiritus maak je de plaat vervolgens vetvrij.
Met een plamuurrubber breng je etsinkt aan op de plaat. Met de muis van je hand tamponeer je op de plaat. Zo verdeel je de inkt en duw je het in de groeven. Met het plammuurubber kun je weer wat inkt weghalen zodat je minder hebt af te slaan. Let wel op dat je geen inkt uit de groeven haalt. Zet het plamuurubber hierbij in een hoek van 90 graden op de plaat en schuif de inkt van de plaat af. Tamponeer weer met de muis van je hand.
Leg een pagina uit een oude telefoongids op de inkt en wrijf licht met vlakke hand. Doe dit een aantal malen. Hiermee ben je al veel overtollige inkt kwijt. De afbeelding doemt op in een waas van de etsinkt.
Het afslaan kan beginnen. Tussen pink en pols zit een stuk hand dat hiervoor geschikt is. Scheer met je hand over de plaat en verwijder zo de inkt van de plaat. Wrijf je hand af en toe schoon aan een stuk keukenpapier. De randjes kun je na het afslaan met een doekje inktvrij maken. Zorg wel dat je hiermee de plaattoon niet vergalt. Een prent die aan de randen een veel lichtere toon heeft dan in het midden is vaak niet mooi.
Hier is een kort quicktime filmpje te zien (112 kb) waarin een plaat wordt afgeslagen.
De plaat is persklaar. Leg hem op een schoon vel papier op de pers. Zorg dat er druk staat op de pers en dat het vilt al tussen de rollen van de pers is geklemd.
Leg een etsvel in een bak water en laat het 4 of 5 minuten weken. Dep het drie keer droog tussen oude krantenvellen. Het papier staat een beetje bol, of hol, het is maar net hoe je het bekijkt. De holle kant van het papier is de kant waarop de inkt moet komen. De holle kant komt dus direct op het zink te liggen.
Het etsvel ligt nu over de afgeslagen zinkplaat. Leg het vilt over het geheel. Je draait het geheel op een gelijkmatige manier door de pers. Het spannendste komt nu, de prent is gelukt of niet.
Na het afdrukken: sla het vilt terug en haal het etsvel voorzichtig van de zinken plaat af. Hij is nog vochtig van het water en de etsinkt is nog nat. Dat is een oliehoudende inkt die tijd nodig heeft om te drogen. Leg de prent minstens een dag in een rek. Als er diepe groeven in de plaat zaten, zit er meer inkt op de prent en duurt het drogen langer. Deze prent is met groene inkt afgedrukt, na meerdere drukken in een kleur kunnen de prenten steeds beter worden van kleur.

Het nauwkeurige bekijken van het resultaat kan beginnen. Staan alle lijnen er op? Is de plaattoon wel goed? (Dat is de achtergrondkleur doordat er bij het afslaan altijd wel wat inkt achterblijft op de plaat) Blijft het bij deze eerste staat of besluit je de plaat schoon te maken met terpentine en weer met etsgrond te bevloeien om er opnieuw in te tekenen en een tweede staat te maken? Sommigen maken wel 10 staten voor ze tevreden zijn. Anderen zijn het meest tevreden met de eerste staat. Na het drukken van een oplage kun je signeren. Heb je er tien gedrukt dan signeer je en nummer je 1/10 en dan 2/10 enzovoorts. Een eventuele koper weet dan dat hij de tweede druk van een oplage van tien in huis haalt.

 

Literatuur:

Websites: